Voorbij Jakkamakka en de Poolcirkel

Een 7500 kilometer wildkampeer avontuur door Zweden en Noord Finland, met de kinderen en één hond!

Voorbij Jakkamakka en de Poolcirkel

Dat het de derde keer is dat we naar Zweden trekken is geen toeval. Niet omdat we geen inspiratie hebben of niet van variatie houden maar het land is zo uitgebreid en heeft zoveel verschillende regio's en aspecten. En gewoon omdat het reizen daar zo aangenaam is, toch op de manier dat wij het graag doen. En bij uitbreiding staat heel Scandinavië op onze To Do-list. Na een verkennende zomer vorig jaar om te kijken of het "roadtrippen" en "overlanding-principe” wel iets haalbaar was met de kinderen. Met een paar organisatorische en praktische aanpassingen die we ook geleerd hadden uit onze trip naar Noord-Spanje in de Paasvakantie trokken verwachtingsvol op pad! Zoals de laatste jaren steeds meer het geval is plannen we minder en minder op onze vakanties. Onze richting ligt vast, een tussen stop en dan laten we het een beetje aan het lot en goed geluk over waar we heen gaan. Vorig jaar hadden we nog uit voorzorg een huisje als backup en deden we veel campings aan. Dit jaar stond ook dat niet op het programma. Zoveel mogelijk van het Almansrätten gebruik maken en wildkamperen.


Even praktisch:

Wat we uit vorige trips vooral geleerd hebben is dat de meeste tijd verloren gaat met aankomen en vertrekken op een plek. Om hier tijd te winnen hebben we een systeem bedacht waarbij we eigenlijk niets moeten uitladen. De koffer van mijn pick up gaat langs elke kant open en en is langs de achterkant voorzien van een ladesysteem met boxen. In die ladeschuif passen 6 boxen: de twee achterste zijn gevuld met allerhande praktische zaken in geval van nood of werkmateriaal: EHBO, zaag, bijl, hamer, waterzuiveringstabletten, compressor, materiaal om de auto te winchen als hij vastzit, batterijstarter, banden plak-kit etc... In de twee boxen daarvoor zit vooral foto- en dronemateriaal en nog wat reservekleding voor mij waar ik snel moet aan kunnen in geval van plotse regenbui of storm. Zo kan ik die snel aantrekken als er buiten iets moet gebeuren bij noodweer! De twee voorste boxen in de schuif bevatten enerzijds alle droge voeding en anderzijds het kookgerief.

Boven op die lade staat centraal de ijskast, die blijft ook altijd op die plek staan aangezien de tweede batterij waar die op draait, ook achter in de koffer staat. Voor die ijskast komt er nog een schuifsysteem zodat we die makkelijker kunnen bereiken. Naast de ijskast staat een bidon van 10 liter water die we gebruiken om te koken en te drinken. Aan de andere kant van de ijskast staan wat kleine spullen van de hond.

De linkerkant van het ladesysteem heeft een in- en uitgang voor de watertank van 50 liter, aan de rechterkant staat de dual battery die de ijskast en andere voorziet van stroom. De watertank heeft geen standmeter dus gebruiken we steeds de 10 liter bidon die we hervullen om zo te achterhalen hoeveel water er nog over is.
De rechterklep van de koffer geeft toegang tot vier boxen. Ieder gezinslid heeft één box met kleren bij, niets meer! Heel handig om kleding te nemen gedurende de reis, niet diep zitten graven in kledingzakken, alles ligt perfect georganiseerd voor je neus. Dit was één van de belangrijkste learnings uit onze vorige reizen, we namen te veel kleding mee. De kleine ruimte voor de boxen gebruiken we om de vuile was te steken.
De linkerklep verbergt ook 4 boxen. Één met al het toiletgerief en handdoeken, een box met warme jassen en truien. Dan staat er verder een box met alles voor de hond, 5 kilo hondenbrokken en wat bijt dingen, een koord van 20 meter voor als we dicht bij een openbare weg staan ...de laatste box omvat allemaal extra kampeerspullen: wasdraad, gasflesjes, zilverpapier, muggenspul, aanmaakblokjes, wc papier, grill-ijzertjes... etc
Verder staan er vooraan op het dak ook weer twee boxen: eentje met schoenen en slippers en wandelschoenen. De box ernaast bevat nog wat autospullen: motorolie, pneumatische krik, spanbanden en nog wat gasflesjes. Tussen de daktent en die boxen leggen we reistoeltjes en een BBQ. Die dient vooral om vuurtjes te maken op plekken waar je niet op de grond vuur mag maken, dat is vooral handig op koude avonden.
Tussen de daktent en het dakrek steek ik nog opplooibare badjes voor de afwas en een paar Maxxtraxx. Dat is voor als je vastzit in los zand (en er geen boom in de buurt is om je winch aan vast te maken). Verder hangt er nog een schupje aan! Dat is om je "Number 2" te begraven, toiletpapier doen we in vuilzakjes mee terug. We hebben twee tafels mee ingebouwd in het dakrek en een tegen het plafond van de canopy. Twee tafels omdat je er één volledig gebruikt om te koken, de andere om op te eten. Anders moet je steeds alles eerst opruimen van het koken alvorens je aan dezelfde tafel kan eten.

Verder zit er nog wat andere vering, bodemplaten, een winch, een tank van 130 liter diesel, extra verlichting, … maar die zaken zijn hier niet direct van belang.

Zo dat is de bondige beschrijving van onze organisatie. Ieder doet het op zijn manier. Voor ons werkt dit optimaal, tussen ergens aankomen en geïnstalleerd zijn, zit vaak maar 10 minuten. Daktent open, slaapzakken erin, tafels eruit en klaar. Vertrekken doen we als het moet op 30 minuten. De boel opgeruimd houden maakt het natuurlijk allemaal heel efficiënt.
Organisatie, niet onbelangrijk als je op deze manier reist. Als je slechts één nacht ergens slaapt en dan verder trekt dan wil je niet te veel tijd verliezen met in- en uitpakken dan wil je vooral genieten!

Een ander praktische maar niet onbelangrijke factor is dat wij sinds een aantal maanden volgens de Keto-levenstijl door het leven gaan. Ik ga hier niet in detail over maar het komt er op neer dat wij lage hoeveelheid koolhydraten innemen en veel vetten. Het concept is om vetverbrander te zijn in plaats van suikerverbrander. Vertaald wil dit zeggen dat wij geen brood, pasta, rijst, melk, aardappelen, frietjes etc eten. En daarbij ook zo weinig mogelijk processed foods kopen. In een land waar de eet cultuur nauw aanleunt bij de Amerikaanse eetcultuur is dat niet evident. Wij hebben dan ook 90% van de tijd steeds ons eigen eten klaargemaakt omdat een” quick bite” onderweg niet binnen onze filosofie past. Inkopen doen was dus altijd zéér belangrijk voor ons om de juiste voeding te voorzien. En een dikke chapeau voor mijn liefste tijger Liene, die met een minimum aan middelen steeds een top maaltijd te voorschijn toverde!

Mascarpone-pannekoeken picknick aan de Botnische kust tegen de grens met Finland.

Zoals gezegd, zijn we, zonder al te veel planning vertrokken. Één tussenstop in een Airbnb geboekt in de buurt van de Öresundbrug en dan zouden we met een extra tussenstop in drie dagen aankomen bij Wildlife Sweden. Het rijden op de eerste dag ging me niet goed af maar dat werd dan gecompenseerd door de tweede dag, dat ging zo vlot dat ik ineens naar ons startpunt van de reis ben gereden. Net 2000 km op 2 dagen om tot bij onze stop in Ängra aan te komen, Wildlife Sweden. Dat is ondertussen uitgegroeid tot ons vast startpunt om de rest van Zweden te verkennen. Maar eerst even een paar dagen uitblazen en genieten. Wij kunnen het méér dan uitstekend vinden met de eigenaren Marco en Aafke en onze kinderen veranderen daar in een mum van tijd tot bosnimfen! Elke keer we hier komen botsen we op gelijkgestemde families, dat schept altijd leuke banden die tot lang na de vakantie onderhouden worden, of niet, dat maakt niet uit. En ik denk eerlijk dat je nergens anders in Zweden zo Bourgondisch lekker kan eten als bij Aafke. Zelfs als je er een Keto-levenstijl op aanhoudt!

Heerlijke plonsjes in de rivier, scharrelkippen die omgetoverd worden tot knuffelkippen, mooie looptoertjes in de bossen, lekkere etentjes en uitgebreide praatjes perfect om even op adem te komen. Maar na een paar dagen begon de rust om te slaan in rusteloosheid en werd het stilletjes aan tijd om op avontuur te vertrekken!

Gaande weg tijdens onze trip hadden we besloten om de Wildernis Route eens af te rijden. Dat is een rondtoer links in Centraal-Zweden van ongeveer de 500 kilometer. Die op een boogscheut van Noorwegen, het hoge berglandschap doorklieft om dan weer het eindeloze Zweedse dennenwoud in te duiken. Je kan die hele route op twee dagen afrijden maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Hér en dér kan kan je de hoofdweg verlaten en dieper de wildernis in duiken. De wegen veranderen in grind en zandpaden en als je boven op een berg komt zie je pas hoe uitgestrekt en desolaat het daar wel is. Je komt er weinig tot geen beschaving tegen, op 3 dorpjes na en 1 grotere stad, daar moet je dan best ook tanken en voorraad in slaan. Verder ben je het en de natuur, een eland, en als je véél geluk hebt een beer. Hoenoordelijker je rijdt hoe dichter het bos wordt, hoe groter de afstanden tussen de nederzettingen.

Onze eerste stop was er eentje in Alänaset, een klein dorpje op de route naar Gädedde, aan een prachtig uitgestrekt meer met bovendien nog drinkbaar water. Dat is altijd handig als je aan het wildkamperen bent, voldoende drinkbaar water. Dat maakt het net iets makkelijker, als je ergens lange tijd staat, dan moet je een beetje gerantsoeneerd met water omspringen. Dat was hier dus alvast niet het geval. Alle water dat we bij hadden bleef in de watertank en wij behielpen ons voor alles uit het meer! Deze spot was eigenlijk een soort natuurcamping zoals ze dat hier noemen. Een plek die door een aantal bewoners of in dit geval door een heel dorp. Er stond een kastje met zelfgemaakte confituur, wat eitjes etc. Op zich was deze plek niet zo héél mooi maar door het prachtige "drinkbare" meer en de liefde van de bewoners had het wel iets. De droog toiletten wat verder in het bos zouden handig geweest zijn moesten we al 3 weken aan het wildkamperen zijn, dan ben je blij dat je nog eens op een "WC-bril" kan zitten in plaats van gehurkt in het bos. Leuke plek en “en passant” nog een paar leuke babbels gedaan met mensen die daar net aankwamen en vertrokken. Altijd leuk en gevarieerd. De ene was een Duits koppel van 82 die met hun Camper op zwerftocht waren, de man wist me te vertellen dat hij jaloers was op mijn wagen en op mijn organisatie maar dat zijn leeftijd het niet meer toeliet om zo te reizen. Ik zal blij zijn dat ik op mij 82 nog door de wereld kan zwerven zoals die mensen. Maar daar zijn we met bezig, actief en bewust.

Ik wou persé eens naar het “hooggebergte” in Zweden rijden. Dat ligt net boven de boomgrens en is eens een welkome afwisseling met dennenbomen wildernis. Ik heb er geen moeite mee maar ik hoor vaak van mensen dat ze het na een tijdje benauwd krijgen tussen al die bomen. Ik rijd altijd met een GPS met topologische kaarten op dus als ik even wat ademruimte wil dan sla ik een zijweg in en rij naar een groot meer, ademruimte genoeg dan! En slapen doen we altijd aan een meer. Maar nu naar Stekenjokk. Dat is ongeveer het hoogtste punt in de regio en is beroemd van de meters dikke sneeuw die er in de winter valt. Winter moet je hier héél ruim zien want de zomer duurt er maar één maand. Warm is het er nooit maar aangenaam was het er nét wel, toen de zon scheen toch. Dat maakte de strakke wind dragelijk. Zulke uitgestrekte desoltate landschappen maken mij gelukkig. Veel volk zie je daar niet, her en der staan er campers geparkeerd op mooie plekken met een mooi uitzicht, vaak een aantal bij elkaar. Op die momenten ben ik blij dat ik een paar jaar geleden niet heb gekozen om een camper te kopen maar een 4x4 pickup. Zo'n camper, dat is voor ouwelui en als ik later 70 of 80 ben dan kruip ik daar met plezier in en rij de wereld rond. Maar nu kan ik de plaatsen waar iedereen staat links laten liggen, een bergweggetje inslaan en mezelf ergens met een nóg beter uitzicht moederziel alleen parkeren.
"We waren ook zéér verwonderd toen we plots een bordje passeerden met “Welkom in Lapland”! Zijn we al zo ver Noordelijk? Lapland, dat spreekt toch tot de verbeelding?

Na enig manoeuvreer- en zoekwerk hadden we een goeie plek gevonden: we stonden was echt fenomenaal. Rondom rond alleen maar groene heuvels bedekt met mos en riviertjes en in de verte besneeuwde toppen. Donker wordt het nooit echt hier en het licht dat 's avonds de tent binnen schijnt in combinatie met het uitzicht was echt fenomenaal. En hoe fantastisch is het om daar te staan kamperen! Water haalde we uit een van de vele waterplasjes in de buurt: voor de afwas, voor de hond. Enkel water dat we dronken kwam uit de grote watertank. Ons wassen deden we ook in een klein waterplasje op 100 meter van de auto. Back to basic, dat was echt een opkikker, wachten tot de zon lang genoeg achter de wolken verscheen om dan snel al je kleren uit te schieten en het ijskoude water in te lopen. IJskoud maar zo verfrissend! Leven mét en in de natuur. We kropen om 21u in bed en stonden rond 5u45 op, wandeling met de hond tot de naburige bergtop. De kinderen lagen dan nog lekker te knorren in de daktent. Ik hing dan meestal een Netwerk Radio aan de tent, de kinderen weten dat en als ze wakker worden en ze zien ons niet dan kunnen ze ons toch bereiken. Deze plek deed me direct denken aan de de Sognefjellet vorig jaar, minder hoog en minder scherpe bergen maar verder kwam de beleving helemaal in lijn met wat we daar hadden gezien en niet hadden kunnen doen. Hier was ik op mijn plek, hier kon ik blijven. De kinderen zwierven in een omtrekt van 500 meter rond ons rond: spelend in de meertjes, op zoek naar stenen, rotstekeningen makend, muizendorpjes knutselen, … of weet ik veel wat allemaal. Soms een beetje klagend over de koude maar daar wenden ze snel aan! En 's avonds kropen wij gezellig met zijn viertjes in de tent en sliepen lekker warm dicht bij elkaar. Hoewel ik het daar één nacht toch fris heb gehad. Mijn slaapzak is wat lichter en dunner dan die van mijn vrouwen en dat heb ik toen gevoeld. Maar een extra trui, een muts en een paar sokken en ik was weer snel opgewarmd in mijn slaap.

De derde dag dat we daar waren was er echt geen greintje zon te bespeuren en er waaide een strakke wind, de temperatuur was 5 graden maar door de wind was de gevoelstemperatuur 2 graden. Aangezien je alles buiten doet weegt dat wel door na een tijdje. Met ijsklompen van handen nog koffie en chocomelk gemaakt en dan de boel ingepakt en verder getrokken. Dan ben ik héél blij met de strakke organisatie en goed materiaal, op 20 minuten zaten we in de auto. Op naar het "warme" Zweden! Met 12 graden zouden we al blij zijn! Waarheen we gingen dat wisten we nog niet, dat beslissen we meestal als we op weg waren. Onze eerste opdracht was om een ontbijt achter de kiezen te slagen, liefst naar Keto normen, anders was het maar niet eten. Na een 20-tal kilometers zachtjes dalen bereikten we terug de boomgrens en nog eens 60 kilometer verder een eerste dorpje. Daar was een Gästhaus waar we konden ontbijten.

Aangezien wij elke ochtend om 5u45 opstaan, was er tegen 8u toen we aan het Gästhaus kwamen nog geen kat te bekennen. Maar na een half uur zoeken had Liene in één van de bovenruimtes een ontbijtplek met een ontbijt kast gevonden: Melk, wat brood, eitjes, kaas en wat youghourt. En lekkere koffie. Er was één iemand nog aan het ontbijten. Toen we hem vroegen hoe je hier moest bestellen of betalen antwoorden hij doodleuk: " I don't know, I just come and eat here" Daar gingen we dus ook niet veel wijzer uit worden. Na nog wat rond zoeken en niemand vinden besloten we maar te ontbijten en geld achter te laten. Ontbijten: dat is in Keto-taal met de middelen voor handen plakjes kaas wat eieren en een stukje hesp. En dan koffie met onze eigen amandelmelk. De kindjes mochten nog wat appelcake erbij nemen: per uitzondering. Hoe karig het misschien ook leek, het deed ons even heerlijk deugd om in een lekker warme houten ruimte even op te warmen en een "bakkie troost" en thee te drinken.

Opgewarmd en met de innerlijke mens versterkt gingen we weer op pad. De ochtendzon scheen heerlijk over de dennenbossen en grindwegen waar we over zwerfden. Zoals steeds namen we de langste weg over grind- en boswegen om zoveel mogelijk van het land te zien, om het meeste kans te hebben om wilde dieren te spotten. Op die routes waar je soms echt uren van de beschaving verwijderd bent kom je nog steeds hier en daar woningen tegen, niet alleen vakantiewoningen maar ook volwaardige bewoonde huizen. Hoe deden deze mensen dat , waar werken die? Later leerden we van een Zweedse vrouw dat de meeste mensen hier, en bij uitbreiding Scandinavië, werkten in de de grote steden. Ze vlogen maandagochtend vroeg richting Stockholm en Goteborg, werkten lange dagen van maandag tot donderdag en keerden donderdagavond terug naar hun huis in volle natuur. Dus de mythe van de vierdaagse werkweek klopt wel, maar ze draaien dan wel evenveel uren als een werknemer in België op 5 dagen, dat vertellen ze er dan nooit bij als over minder werken gaat...

We reden richting Vilhelmina, dat is naar Zweedse normen een grote stad met veel voorzieningen. Je kan het bij ons vergelijken met een dorp. Maar het krioelt daar dan altijd van de mensen omdat alles en iedereen uit de verre omtrek daar zijn inkopen komt doen. Voor ons is het de uitgelezen kans om onze voorraad aan te vullen: vers water in de watertank, de 130 liter dieseltank tot de nok vullen en veel vlees, eieren, kaas en wat groenten inslaan. En amandelmelk, voor bij de koffie, om de dag goed te beginnen! Verder spring ik daar graag de lokale jacht en-of outdoor winkel binnen, aangezien ik op tien weken tijd 14 kilo was kwijtgespeeld dankzij de nieuwe levenstijl moest ik me wel voorzien van nieuwe kleding. En waar beter outdoor kledij kopen dan in het outdoor walhalla! Veel keuze en vooral veel merken die wij niet kennen en extreem goed zijn!

Vilhelmina is het hoogste punt van de Wildernis Route en in ons “initiële plan", voor zover dat je dat een plan kan noemen, gingen we dit jaar niet noordelijker gaan. Gewoon om het allemaal qua afstanden binnen de perken te houden en Zweden een beetje in delen te ontdekken. Maar we waren daar sneller geraakt dan verwacht dus die oorspronkelijke plannen bergden we dan maar snel op. We zouden stilletjes aan meer noordelijk gaan en wel zien waar we uitkomen. We hielden ook via WhatsApp contact met een super tof gezin dat we hadden leren kennen in Camp Ängra die waren op weg naar Jokkmokk, de hoofdstad van Lapland. En we zouden misschien terug even samenkomen om gezellig te eten en de kinderen terug wat samen te laten spelen. We zien wel! Wij reden ondertussen zachtjes noordelijker en het landschap werd ruwer, nog desolater, ... Ik werd er vaak melancholisch van: de uitgestrektheid, de rust, diepe lange bossen en dan plots een meer met een eenzaam huisje eraan om dan weer de bossen in te duiken: het deed mijn hart bonzen van geluk!

Wat er ook exponentieel toenam richting het Noorden waren de muggen, normaal heb je in de zomer in Zweden rond de avond al dan niet een beetje of veel last van muggen maar dit jaar was het echt extreem zelfs naar Zweedse normen. Telkens als je uit de auto stapte dacht je dat je een muggenvrije plek had gevonden. Na 5 minuten hadden die beesten je gevonden en was er geen ontkomen meer aan. Elk vrij plekje was een open vizier voor die beestjes. Het hangt echt af van je mindset hoe je hier met omgaat. Eerst en vooral kleed je jezelf zo aan dat er een minimum aan huid zichtbaar is. Schoenen met dikke stof, sokken, lange broek die je kan afsluiten onderaan, dikke T-shirt met lange mouwen, een halsdoek die ik meestal tot net onder mijn ogen trok een pet of muts en dan eventueel nog een kap erover. Leuk hé 🙂 Maar het was nu eenmaal zo, soms werd het de kinderen teveel of werden die 's nachts wakker van de muggenbeten die we overdag hadden opgelopen en werden ze echt helemaal gek. Een pilletje tegen de jeuk dat we bij de apotheek vonden bracht ons terug naar rustigere nachten. Ik denk dat de muggen ook één van de bepalendste factoren waren op onze reis. Omwille van de muggen veranderden we ook vaak van locatie, kropen we vroeg in onze tent om daar nog wat te lezen of te praten of gewoon direct te slapen. Soms waren er plekken waar het dragelijk was, op één enkele plek zelfs bijna geen. Maar meestal waren we vergeven van de muggen en daar was geen ontkomen aan. We moesten er met leren leven, en aangezien wij héél de tijd buiten leefden had dit wel een stevige impact op ons dagelijks doen en laten. Er waren gewoon een paar simpele zaken waar je voor moest zorgen. Zorgen dat het muggennet van de tent niet langer dan nodig open ging. In en uit de daktent was dan ook een kwestie van teamwork: één die de rits snel open en dicht deed voor de andere, muggenvrij slapen is een absolute must. Goede hygiëne: veel wassen want zweet is een muggenmagneet. En je goed aankleden van kop tot teen!

Onze slaapplaatsen waren steevast aan een meer en soms aan stromende rivieren. Hoe meer noordelijk hoe meer snel stromende rivieren. En dat gaf ons elke dag de heerlijke mogelijkheid om ons fris te wassen bij het ochtendgloren. Die ochtendduik en -wasjes, bij dag en dauw in ijskoud water geven je een energieboost van jewelste. 't Is even afzien de eerste minuten maar daarna is het een heerlijkheid. En je huid wordt zo zacht als een perzik. Tot zover de beauty tips van de alfaman 🙂!

Met wat omwegen hebben we ons kompas toch op Jokkmokk gezet, enerzijds omdat we benieuwd waren naar de de hoofdstad van Lapland en anderzijds omdat we graag even met het andere gezin nog wilden afspreken. Onderweg naar Jokkmokk passeerden we een volgende mijlpaal in onze reis. We reden de poolcirkel binnen! Dat is iets dat voor mij zeker tot de verbeelding sprak. Al van toen ik een klein ventje was keek ik gefacineerd naar de wereldkaarten in encyclopedieën en atlassen. De noordpool, de poolcirkel, Lapland, ... prikkelden mijn enthousiasme. Ik vroeg me af hoe het er daar uitzag, hoe het leven er daar aan toegaat, hoe extreem het daar in de winter is ... en nu reed ik hier zelf door, een goeie 3200 kilometer van huis verwijderd. Voor mij echt een mijlpaal in mijn leven!

We zouden één nacht in Jokkmokk blijven en dan verder zien. Jokkmokk op zich stelde eigenlijk niet veel voor, 't was een nederzetting zoals Vilhelmina.

Een grappig weetje is dat er een Antwerpse (of vlaamse) uitdrukking is die als volgt gaat: Dat is in Jakkamakka, die woont in Jakkamakka, ... waarbij Jakkamakka telkens verwijst naar een extreem verre plaats of een plaats in the middle of nowhere.

Maar Jakkamakka bestaat dus echt en verwijst naar Jokkmokk. Door de Lappen wordt dat uitgesprokken als Jakkamakkah. En vroeger kwamen de europese kooplieden hun pelsen en huiden hier in Jakkamakka kopen. Dat was een extreem lange en gevaarlijke tocht vandaar de verwijzing naar Jakkamakka als onbereikbare plek.

Logisch, het voorraadpunt voor de hele streek qua levensmiddelen en materiaal. Ook wij hamsterden onze voorraad vol. Veel plezier gehad met onze vrienden uit Deurne, de kinderen speelden fantastisch samen en de ouders zochten elkaar gezelschap op en keuvelden of we deden elk ons eigen ding. Ze hebben onze kinderen zelfs een dag mee naar het Sami museum genomen in Jokkmokk. Zowel Liene als ik komen naar Zweden om rust, natuur en avontuur te vinden, niet om in een museum te gaan rondlopen. Liene en ik hebben de dag gewoon geluierd en genoten van het uitzicht aan het meer. Dat deed ook eens meer dan deugd. Want wildkamperen met kinderen is soms dubbele corvee. Dus dat was een welkome afwisseling.

Onze wegen scheidden weer: zij trokken richting Noorwegen, wij hadden impulsief beslist om eens een teen in Finland te zetten. Nu we daar toch zo dicht bij waren wou ik die kans niet laten schieten.

Tussen Jokkmokk en de Finse grens is er weinig te vinden. Ik vond het wel één van de mooiste en meeste desolate ritten uit onze reis. Het landschap veranderde van dichte dennenbossen naar eerder een brede toendra met lagere berkenbomen en dennenbomen ver uit elkaar. De rotsbodem veranderde naar een roodbruine zandgrond.... Ik kan het het beste vergelijken met een de Kalmthoutse heide maar dan maal 100. Achteraf gezien heb ik spijt dat we hier niet ergens ons kamp hebben opgeslagen voor een nacht of twee. Niet getreurd, dat doen we gewoon volgende keer. Je ziet ook dat het leven hier een héél ander ritme heeft. Een tankstation is eigenlijk een heel shopping center, in een compacte en authentieke vorm, maar je vindt er alles: van eten tot kleding, wapens, onderhoud voor huis en auto, medicamenten, ... Ik kan ben zéér benieuwd naar hoe het er hier in de winter aan toe gaat. Naar wat ik heb horen vertellen van een Fin die we onderweg tegenkwamen is het echt extreem: de winters in Midden-Zweden zijn koud en maar dragelijk, alles boven Vilhelmina is echt extreem in de winter wist hij me te vertellen: niet meer aangenaam! Ik kan niet wachten om dat zelf te ervaren.

De noordelijke grens met Finland oversteken was een voor mij ook een memorabel moment, om zo ver Noordelijk in zo’n verlaten gebied zelfvoorzienend rond te trekken maakt mij erg gelukkig. We zaten op 200 kilometer ongeveer van de Noordkaap het drie landen punt Zweden, Noorwegen, Finland lag ook niet ver van ons. Iets wat ik in een volgende reis zeker verder ga exploreren, ook de Grens met Rusland is niet veraf meer, dat zet ik mee op de lijst voor volgend jaar. De Noordkaap op zich spreekt mij niet aan, dat is een kunstmatig punt waar iedereen naartoe rijdt om er gestaan te hebben, veel toerisme weinig kwaliteit. We gaan later zeker nog die richting uit maar mijden dat specifieke punt, twee kilometer links of recht van dat punt is minstens even speciaal en vooral véél zonder mensenmassa's.

Finland dus, we staken de grens over in Kaaresuvantoo. Héél de noordelijke grens tussen Zweden en Finland wordt gevormd door een rivier, de brug over wil ook zeggen de grens over. Daar waar we dachten dat Zweden al desolaat was, is Finland nog dunner bezaaid met beschaving. Dat hier ook minder toeristen komen was ook al heel snel duidelijk. We waren in Zweden altijd alert om elanden en rendieren te spotten. In Finland net over de grens was de tendens helemaal anders: hier moesten we alert blijven om geen dieren te raken met de auto. Ze liepen overal, op de weg, sprongen op de baan uit het bos, liepen recht op je auto af, ...

Het duurde ook even eer we een geschikte plek vonden om te overnachten. Vele boswegen in, vaak off road, hotsend en klotsend door bossen, over boomwortels, ... We reden tot plekken midden in het bos, stapten uit en zagen honderden dier afdrukken: elanden, rendieren, vossen en vele anderen die we niet konden thuisbrengen. We keken ook steeds naar afdrukken van beren. Die wilden we liefst mijden, toch op plekken waar we overnachten. Wolven zijn ook best te mijden, zeker omdat we onze viervoetige rakker bij hadden en die nogal gemakkelijk prooi zou zijn voor wolven. Maar wat ik had geleerd was dat als er veel rendieren zijn dan zijn er geen of weinig wolven in de buurt. Dat zat hier dan wel OK. Uiteindelijk na een uitdagende bosweg kwamen we op een prachtig strand uit bij een tot de verbeelding sprekend meer. Drie stappen uit de auto en we hadden bezoek van 6,7 miljard muggen. We waren moe, hongerig en het was zo een unieke plek dat we dat er maar bijnamen. Heel de waterrand was ook weer bezaaid met pootafdrukken van dieren: rendieren, elanden, wat kleinere beestjes en wat afdrukken van een veelvraat of lynx daar zijn we nog altijd niet over uit. Prachtig was ook om zien hoe de rendieren gewoon langs ons liepen terwijl we onze tent aan het opzetten waren. Eten, een beetje genieten en dan de tent in. 's Nachts hoorde ik letterlijk de dieren aan de rand en in het water waden of drinken en als ik voorzichtig door de tent naar buiten keek zag ik wat rendieren staan bij het water. Màn wat een unieke plek was dit, wat een heerlijkheid om hier de nacht door te brengen.

Bij het wildkamperen slaap ik altijd iets lichter, ik vermoed omdat ik altijd een beetje alert ben voor beren of eventueel mensen met slechte bedoelingen. Dat is misschien overdreven en onnodig maar ik slaap tenslotte wel met twee lieve kleine meisjes en een prachtvrouw bij mij. Ik slaap met een groot mes naast mij in de daktent.

De volgende ochtend vroeg wakker en direct het meer in: klaarwakker en zo fris als een hoentje. Liene was ondertussen ook al uit bed. De muggen ook, ze waren nog talrijker aanwezig dan de avond ervoor, ondraaglijk. We maakten snel koffie en chocomelk voor de kinderen rommelden alles op terwijl de kinderen nog lagen te slapen. Dan haalden we die uit bed en zetten ze direct in de auto, weg van de muggen, terwijl zij zich aankleedden in de auto plooide ik de tent op en 10 minuten later waren wij weer op weg, op naar de volgende plek. We hadden voor deze reis het verste punt bereikt. Ik zat op 4200 kilometer op de teller, alles wat we nu zouden rijden zou terug in zuidelijkere richting zijn. We waren van plan om naar de top van den Botnische Zee te rijden om zo langs de kust op het gemak weer af te dalen. We'll see.

The long way home, via gravelwegen en zandwegen om zoveel mogelijk op te vangen van het Finse landschap en leven. Je zou kunnen zeggen dat het verschil even groot is als tussen België en Nederland. Schijnbaar is er niet veel verschil maar na een tijdje zie je dat alles toch anders georganiseerd is. Ik kan er moeilijk de vinger op leggen maar het voelt gewoon anders. 't Kan ook zijn omdat ik één klein stukje Noordelijk Finland vergelijk met de ervaring die ik over heel Zweden heb opgedaan. Dat zullen we snel verder even onderzoeken dat Finland. Ik ben ook blij dat we Finland zijn binnengereden via het hoogste noordelijke punt en niet onderaan via Helsinki. Via een korte nachtelijke stop aan de Finse kust doken we Zweden weer in. We sliepen aan een mooi meer maar met een prachtig uitzicht. Maar niet alleen in de loop van de avond werden we vervoegd door een Fransman die met zijn zoon een oude 4x4 keverbus naar de Noordkaap reed, nog een Fransman op de fiets, die reed ook die richting uit. Een Duitser die met zijn camper wat rondzwierf en een Fin die met zijn drie kinderen Zweden in dook. Korte gesprekjes, lange gesprekjes, beleefheid gesprekjes, ... leuk en vooral heel leerrijk. Allemaal hetzelfde en toch anders. Allemaal anders en toch hetzelfde!

Via de kust afdalen was het plan! Ik ben sowieso al geen zee mens, wel voor de zee maar niet voor de drukte die er rond wordt gecreëerd wordt: ijskraampjes, jachthavens, appartementen, winkels... allemaal artificieel vertier. In Zweden is dat zeker in het Noorden allemaal véél minder en beschaafder, maar het vinden van wilde plekken om te kamperen is wel iets moeilijker, zeker als je zoals wij hoge eisen stelt. Plekjes om te picknicken met een prachtig uitzicht over de zee of één van de vele fjorden zijn er bij de vleet. Pittoreske dorpjes en mooie wegen langs het water vind je overal. Maar alle echte mooie plekjes zijn wel in gebruik door één of ander local, en terecht. Heerlijk rondgetoerd daar en op een prachtig plekje pannenkoeken gebakken. Maar na een uurtje of twee aan de kust te hebben rondgereden en gezocht uiteindelijk toch besloten om meer landinwaarts te gaan op zoek naar een iets ruwer plekje in de natuur dan in de "beschaafde wereld"...

Dat was een keuze die we ons niet beklaagd hebben. Naar een uurtje of twee in noordoostelijke richting kwamen we bij het natuurreservaat Storforsen. Midden door dat reservaat loopt een brede rivier met een prachtig uitgestrekte lange waterval. Niet de hoogste maar in lengte zéér indrukwekkend. Uiteraard stonden daar een honderdtal campers en caravans bij elkaar op een lelijke parking. Wij reden wat kilometers verder stroomopwaarts op zoek naar een rustig plekje. Na wat modderige zandweggetjes en her en der op onze schreden terugdraaien troffen we doel. Een open plek vlak aan de rivier middenin het bos. We plaatsten onze daktent vlak naast de rivier zodat we 's morgens konden wakker worden met zicht op de woeste rivier en het bos aan de overkant. De rivier lag ook een zestal meter lager dan waar we stonden, dat gaf een mooi overzicht. Dit was echt één van mijn favoriete plekken. Woeste rivier, uitgestrekte bossen en helemaal op onszelf aangewezen. Er was ook voldoende dood hout aanwezig om een vuurtje te maken. Met bijl en zaag kon ik al snel van een omgevallen dennenboom een perfect kampvuur hout maken. Rook houdt de muggen altijd wat meer weg. Een truckje dat ik de komende dagen continue zou toepassen. Maar voor deze keer gingen vooral onze worstjes lekker braden. Het feit dat je hier overal, met gezond verstand, een vuurtje mag maken vind ik heerlijk, dat gold natuurlijk ook voor de kinderen. Plaats om te spelen was er genoeg en het water in de rivier was ijskoud Maar na een duikje jezelf op een rots zetten en door de zon je laten drogen is een perfect tijdverdrijf hier. Mijn god ik was wég van deze plek!

Het was een zéér intense reis aan het worden, de hoogtepunten stapelden zich achter elkaar op soms kwamen we 's avonds op een plek aan en moesten we al diep nadenken waar we de vorige nacht hadden geslapen. Ook al was dat een even indrukwekkende plek. Het was ook intens omdat we nu ongeveer een 15 dagen aan één stuk het wildkamperen waren, dat vraagt energie maar het geeft natuurlijk ook véél energie. Maar bij wildkamperen is het kamperen zelf de bezigheid, koken, wassen, afwassen, eten... voor alles heb je tijd nodig. Dat geeft ook een zekere rust in je hoofd, bij mij toch zeker. Maar door de constante aanwezigheid van de muggen werd die dagelijkse activiteiten soms ook een marteling. En ik denk dat onze kinderen er ook wel even toe waren om wat rust te krijgen. Met nog enkele mooie wildcamp stops trokken we terug richting ons basecamp Wildlife Sweden. Om een beetje uit te rusten alvorens we huiswaarts trokken!

Eén van de interessante zaken naast al het avontuurlijke in deze reizen zijn de mensen die je ontmoet. We komen ze in alle geuren en kleuren tegen. En automatisch als je iemand ziet begin je vooroordelen te ontwikkelen niet altijd gegrond. We hebben heel fijne contacten gehad met mensen waar we eerst van dachten dat de onze werelden extreem ver uit elkaar lagen en dan hebben we daar toch een hele avond met gepraat en gelachen. En soms is het contrast tussen de twee immens groot en toch zijn er raakpunten, globale zaken in het leven waar iedereen met kampt of moet overwinnen. Zo ander en toch hetzelfde, zoals ik al gezegd had.
De contacten zijn soms kort en intens, vragend naar meer. Anderzijds heel intens en wederkerig. Héél verrijkend en boeiend. Ik ben nu éénmaal een sociaal beestje en zoek direct conatct met mensen als er iets is in hun doen en laten dat me aanspreekt. Deze manier van reizen schept natuurlijk ook al een band tussen gelijk gestemden. En sommige contacten blijven nazinderen en zullen voortgezet worden als we thuis zijn, anderen niet. Dat is even goed.

Deze tweede zomerse trip naar Zweden was alles wat ik er van verwacht had en meer zelfs. Daar waar we vorig jaar nog aftastend in een huisje hadden geslapen en kampeerden op campings zijn we nu all the way gegaan: 80 % van de tijd hebben we wild gekampeerd en 100% van onze tijd hebben we in de daktent geslapen!

Noord-Zweden is nog méér mijn plek dan ooit tevoren, het is ruwer, desolater en mooier dan gedacht. Mijn drang naar het Noorden wordt er alleen maar groter door. De volgende trip gaat naar het Noordelijkste punt van Scandinavië, dat kleine stukje waar 4 landen en twee continenten vlak bij elkaar liggen. Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Ik voel mijn interesse naar het Noordoostelijke deel verschuiven. En Finland, daar ben ik ook nog niet klaar met, integendeel. Volgende jaar nog avontuurlijker, nog minimalistischer en waarschijnlijk nog iets langer en nog trager. 😉

Nordics, We’ll be back!!