Lente in Noord-Spanje

Twee weken Paasvakantie, dat wilden we optimaal benutten als gezin: dicht bij elkaar, avonturen beleven en genieten. Dat deze reis nog een plotse wending zou krijgen, daar waren we ons bij de start van onze trip absoluut nog niet bewust van.

Het idee speelde al sinds onze Zweden-trip afgelopen winter om eens te gaan kamperen in Schotland. Helaas door de Brexit-perikelen leek het ons niet opportuun om nu te doen. Ik had schrik om kostbare tijd te verliezen bij de stakingen aan de grens. Dus deze plannen hebben we dan maar terug  opgeborgen en onze initiële plannen om naar Spanje en Portugal te reizen deze winter van onder het stof gehaald. Plannen is veel gezegd want het volledige uitgewerkte reisschema hield in dat we graag naar Portugal zouden gaan via Noord Spanje. Zowel Liene als ik hadden de week voor we vertrokken nog een overvolle agenda. Dus we zijn pas vrijdagavond beginnen kijken waar we eventueel zouden kunnen logeren op weg naar Spanje. We moesten één overnachting in Frankrijk vastleggen en één in Spanje en van daaruit zouden we dan verder kamperend doorreizen naar Portugal. De eerste stop in Frankrijk was in de buurt van Angoulême. Voor ons een plek met veel betekenis want toen we 13 jaar geleden twee weken samen waren zijn we met vrienden naar Brossac gegaan en toen zijn we met ons tweetjes een dagje in Angoulême gaan rondzwerven als verliefde kuikens. We wilden zeker daar eens passeren!

13 jaar geleden in Angoulême

Maar onze reis begon pas echt als we de Spaanse grens over waren en de autosnelweg verlieten en de bergen in trokken. Zoals steeds hadden we geen idee wat er op ons af zou komen. Niet qua landschap, noch qua weer. We waren voorzien op zomer én winter. Wat betreft het materiaal, zij die mij kennen weten dat, waren we écht op alles voorbereid. Op de tweede dag na een goede 500km en net voorbij Baskenland verlieten we eindelijk de saaie autostrade, vanaf nu zouden we zoveel mogelijk de kleine wegen nemen. 

La Cabaña de Maria

Eenmaal de snelweg verlaten en we landinwaarts de bergen in reden, veranderde het landschap al snel. De grote wegen maakten plaats voor twee, of éénbaansvakwegen die slingerend omhoog en omlaag golvden door de bergen van Cantabria, richting Fresnedo. We vielen van de ene verbazing in de andere. Dat we mooie bergen zouden zien dat hadden we wel gehoopt maar het landschap dat we hier voorgeschoteld kregen was boven alle verwachtingen. Een mix tussen ruwe, rotsachtige pieken die dieper in het dal overgingen naar een vruchtbaar groen uitgestrekt landschap, dan weer glooiend dan weer schrikwekkend steil. Achter elke bocht ontdekte we een nieuw prachtig uitzicht. Het was een grijze dag en nu al sprongen de kleuren van het landschap er al uit, wat zou dat niet geven op een stralend zonnige dag.. Wat zou dat niet zijn op een stralende dag. Na een beetje zoeken en whatsappen met de “Maria” kwamen we uiteindelijk aan op onze eerste bestemming in Spanje en meteen ook de laatste met een dak boven ons hoofd. We zaten op 1000 meter hoog, er waaide een matig windje en de bergtoppen waren vaak in mist gehuld. We zaten moederziel alleen op een bergtop met rondom ons enkel groene velden die steil afliepen naar het dal. In de verte zag je een eenzame boerderij of een eenzame hut. Gewoon perfect. De eerste dag in Spanje was ingezet zoals we het graag hebben, moederziel alleen op de wereld omringd door natuur en enkel met elkaar. Onze kinderen waren zielsgelukkig, maar ook zij moesten zich nog aanpassen aan het nieuwe dagtempo Dat ontaarde wel eens in ruzietjes en gezaag. Dat wisten we ondertussen: dat onze kinderen net zoals wij zich moesten aanpassen aan ontspanning en vrijheid. Weg van het strakke dagschema op school en het routineuze leven. Uit ervaring weten we dat binnen een tweetal dagen onze kinderen evolueren naar twee gelukkige, zwervende avonturiers die af en toe ons pad kruisen.

Maria was een mooie, levenslustige Spaanse boerin, een paar jaar ouder dan ons. Ze blaakte van gezondheid en nog belangrijker, ze praatte honderduit in het Spaans, want ze sprak geen woord Engels. Er was geen woord tussen te krijgen. Wij met ons "Jommekes-Spaans" probeerde er wijs uit te geraken. Nadat ik had gezegd "Hable Espagnol mas calma” en gebaarde dat ze trager moest praten, dan pas geraakte we er wijs uit. Uiteindelijk een gezellige babbel en ze had zelfgemaakte chorizo, ham, brood,  melk, kaas en yoghurt mee van haar boerderij een 10-tal kilometer verder.

Een heerlijke avond in La Cabaña de Maria bij het haardvuur en in de ochtend Liv die kwam ons wekken met de dringende melding dat we moesten opstaan om naar de zonsopgang te komen kijken. Effectief prachtig! Een snelle blik door de ramen toonde ons een overweldigend berglandschap badend in de ochtendzon. Ik stak mijn hoofd buiten de deur en kreeg meteen een beuk wind in mijn gezicht, het waaide minstens 100 kilometer per uur buiten. Die hut was solide gebouwd want van die wind merkte je niets binnen. Onze kinderen op de schommel werden vanzelf geduwd … handig vonden ze dat! Tegen tien uur was de wind gaan liggen en gingen we op pad. Voor we richting onze volgende bestemming reden hadden we Maria beloofd om even langs haar boerderij te gaan om de pasgeboren kalfjes aan de kinderen te tonen. We wisten het dorpje waar we moesten zijn maar niet de straat of huisnummer. Dus overal stoppen en vragen “Maria?” “Ah Maria!” zeiden ze dan en vervolgens een hele uitleg waar we geen jota van verstonden maar ik volgde gewoon de richting waarheen ze wezen. Uiteindelijk kwamen er uit een klein steegje vanop een tractor een gil en sprong Maria van de tractor en snelde ons tegemoet. Met een brede glimlach melde ze ons dat we hen moesten volgen. Zij en haar man Sergio op de tractor naast elkaar lachend en genietend. Een hartverwarmend beeld. Eenmaal aangekomen op hun boerderij verontschuldigde ze zich dat ze stonk. Naar wat we begrepen van het verhaal waren ze bezig met het land te bemesten, Maria stond achter de mestkar toen het sluitstuk van de sproeikop het begaf. Met andere woorden ze hing vol koeienmest. Ze lachte er eens om en haalde haar schouders op en praatte honderduit verder. Terwijl ik luisterde keek ik rond naar het landschap om de boerderij en was diep onder de indruk. Deze mensen woonden hier prachtig, het zal niet eenvoudig zijn om op deze plek te leven maar je kreeg er wel héél wat voor terug.  Het was een fijne ontmoeting, heel warm en hartelijk, intens zelfs.  We reizen om natuur en rust te vinden maar de sporadische ontmoetingen met mensen zijn vaak ook herinneringen die blijven nazinderen.

En route! Naar de eerste kampeerbestemming. In Spanje mag je helaas niet wildkamperen en hoewel we vaak plekken zijn tegengekomen waar het ideaal zou zijn geweest om ons kamp op te zetten, hebben we toch besloten om dat niet te doen. De weersverwachtingen zijn altijd wat complexer in de bergen en al zeker in het voorjaar. Dat we deze vakantie geen stralende zon zouden hebben daar maakte we ons alvast geen illusies over. Onze route werd vooral bepaald doorde weerkaart: regenvrij en zo warm mogelijk.  Daardoor was onze eerstvolgende bestemming niet zo heel ver van waar we nu zaten, een uurtje of drie rijden. Door korte afstanden te nemen, deze rit was 250 km, konden we tijd nemen om voor alternatieve wegen te kiezen. Mijn routes waren altijd een combinatie van Google Maps en mijn Garmin CX276 met stafkaarten op. Via Google Maps selecteerde ik dan de de langste route in tijd, want dat leidt meestal naar de mooie bergpassen en landwegen. En als de Google Maps route me niet zinde selecteerde ik “Curvy Roads” op mijn Garmin. Deze bracht je steevast naar avontuurlijkere wegen. 

Cabuérniga

De weg van Fresnedo naar Cabuérniga was prachtig. We daalden zachtjes af van de hoogte naar de vallei.Uiteindelijk kwamen we aan in Cabuérniga, op een hoogte van 800 meter, in een groene vallei, nog steeds tussen de bergen. Dit kon net zo goed Zwitserland zijn, alleen de Spaanse huizen in de verte gaven weg dat je in een Zuiders land was. Het was bewolkt weer maar de temperatuur was aangenaam, overdag toch, ’s nachts daalde die tot net boven het vriespunt. Daar waren we op voorzien. Hier zaten we goed voor twee nachten. Uiteindelijk viel er daar weinig te beleven, het zicht was prachtig maar verder voelde ik mij een beetje gekooid op een camping. Gelukkig waren we er helemaal alleen, dat deed ons dan weer deugd. Het vlakbij gelegen dorpje was héél typerend voor de regio. Overdag godverlaten, het enige wat je tegenkomt zijn honden, katten, koeien en paarden. Het bewijs dat er op bepaalde momenten wél leven in ’t dorp moest zijn! Enkel in de plaatselijke cantina was er leven in de brouwerij. En voorlopig nog lekker eten: een paar plaatselijke gerechten en vooral alles gefrituurd, dat lost alles op hier qua culinaire approach.

’t Was goed om hier even op adem te komen en niet elke dag kilometers te vreten maar op de ochtend van de tweede dag begon het ons wéér te kriebelen. Ik had de dag op voorhand gezien dat mijn rechterachterband zachtjes plat liep, dat euvel kon ik helaas nu niet oplossen, daar moest ik mee wachten tot alles ingepakt was. Doordat de tent en awnings vastzaten met piketten in de grond zou de wagen eventueel door de neerwaartse druk zijn evenwicht kunnen verliezen als ik er een krik onder plaatste en de band verwijderde. In de gietende regen heb ik alles ingepakt en met mijn draagbare compressor genoeg druk op de band gezet om naar een harde ondergrond te rijden. Daar hadden we al snel de dader gevonden en met een bandenkit en prop was het probleem snel verholpen.


Rio de Luna

Ik ga proberen in de volgende beschrijving niet steeds in superlatieven te vervallen maar de weg die we hebben gereden van Cabuérniga naar Rio de Luna was de op één na mooiste weg die ik al gereden heb. De mooiste is tot nu toe de Sognefjellet in Noorwegen. Er waren volgens Google Maps drie wegen naar Rio de Luna met telkens een verschil van een halfuur of uur ongeveer. Maar ik opteerde ervoor om de GPS coördinaten in te voeren in de Garmin GPS en voor "Curvy Roads" te kiezen. Dat gaf mij na 5 minuten berekenen een rit van 4u voor een 250 km lang. Dat wil zeggen dat we zeker 5,5 uur onderweg zouden zijn, inclusief stops etc. De route zag er alvast veelbelovend uit met grote hoogteverschillen, dat wees op vele bergpassen of “cols” die we gingen ontdekken.


Stijgend en slingerend over zéér afwisselende bergwegen: langs weiden, bossen, valleien en bergwanden met scherpe rotsen kropen we de bergen dieper in. De vegetatie werd schaarser en ruwer, de temperatuur zakte zienderogen. De donkere wolken maakte het een héél dramatisch. Eenmaal bovenaan de eerste col stonden op 1260 meter. We hadden zicht op een prachtig bergplateau. De eerste afdaling zette al ineens de trend, we werden getrakteerd op kuddes wilde paarden met jonge veulens die vrij over het plateau graasden. Midden op de weg, er vlak naast of diep ergens in de vlakte, overal waar we keken zagen we paarden. Onze kinderen die zéér paardengek zijn, gingen telkens helemaal door het lint en aangezien we die kuddes vaak tegenkwamen gingen die ook zéér vaak uit hun dak. Ik denk dat ik van de hele reis de woorden “ooh paardje” het meeste heb gehoord. Hetzelfde gold voor kalfjes, ezels, …  en ooievaars. Zoveel ooievaars hebben wij nog nooit gezien. In de lucht, in hun machtige nesten hoog in de bomen, op ruïnes van kerken of huizen. Of gewoon gracieus toerend boven alles uit in grote cirkels.


Waar we echt van onder de indruk waren, was onze ontmoeting met arenden. De ene zagen we majestueus in de verte zweven hoog boven de velden, zo’n grote vogel hadden we nog nooit gezien. De tweede ontmoeting was bijna "up close and personal”. Deze eagle kruiste traag onze weg op 2 meter boven onze wagen, impressionant. Hetzelfde kan je zeggen van het landschap waar we door reden. Een uitgestrekte vlakte die op en neer ging met op de achtergrond een gigantisch bergmassief dat dominant en donker boven het landschap uit toornde. We stegen en daalden maar steeds verschenen deze massieve bergen in de achtergrond. Fenomenaal! Het landschap werd ook steeds desolater. Waar we bij ons in België de natuur hebben verdrukt met beton en “beschaving”, was hier net het tegenovergestelde gebeurd. De natuur tolereerde de weg, maar ondanks zijn lengte was dit de enige uitzondering die het landschap doorkruiste. De dorpjes werden schaarser, kleiner tot ze helemaal verdwenen. Om de zoveel kilometer reden we door een gehucht van een straat of twee, je was er door voor je de naam van het dorp had uitgesproken. Dit is het landschap waar ik van hou, ik was verkocht! Naarmate de dag verder verstreek, bleven we zachtjes stijgen, tot we via een kleine weg de laatste vallei doorkruisten en boven op de bergcol een zicht hadden over het hele gebied. We eindigden op een 1800 meter.. Een kleine tunnel bracht ons naar de achterkant van de berg waar we kort maar stevig begonnen af te dalen. Opnieuw kwamen we op een soort groen plateau terecht op een 1100 meter boven de zeespiegel en daar vonden we onze volgende kampeer plek. 


We hebben lang getwijfeld over waar we onze volgende stop wilden doen. Ons oog was gevallen op een gedateerde camping met zéér rudimentaire voorzieningen. Gewoon om terug zo dicht mogelijk bij het wildkamperen te komen. Onze ontvangst was er eentje die we ondertussen gewoon waren. Koele, vragende norse blikken, kort van stof en afstandelijk. Twee oude mannen stonden ons aan te kijken. In ons Jommekes-Spaans: “Is dit de camping?”  waarop een droge“Si” volgde. “Valle”… Dat leek hier even te gaan evolueren naar een Mexican stand off. Uiteindelijk stapte één van de twee mannen op ons af en wees naar de de wei achter de poort. Ook hier waren we de enige mensen, excellent! Blijkbaar was het seizoen hier nog niet gestart. Dat zou pas de week erna beginnen tijdens de Semana Sacta, het Spaanse equivalent van onze Paasvakantie. 
Auto geparkeerd met de opening van de tent naar het oosten op een plekje waar de zon vanaf ’s morgens komt. Dan droogt je tent sneller als je ’s ochtends wil vertrekken. De daktent open, voortent ervoor, slaapzakken uitrollen, tafeltje opzetten én klaar! Ook de kampvuur bbq opgezet. Op veel plekken mag je geen vuurtjes maken, daarom heb ik een grote opvouwbare BBQ gekocht en onder het mom van we maken ons eten op een vuur verwarmen we ons dan de hele avond lang.

Het uitzicht was alleszins formidabel vanop onze plek. Van tussen de bomen keken we uit over een grote grasvlakte die op zich dan weer uitgaf op een klein dorpje aan de voet van een massieve berg. We hadden het gevoel dat we ergens in de Rocky Mountains zaten, in micro formaat dan wel te verstaan. Hier voelden we ons thuis. Hélémaal alléén op de wereld met af en toe een sporadische bezoeker. Ruimte, lucht en natuurpracht. We slaakten allemaal een zucht van geluk. Ons leven nam het gezapige outdoor tempo aan. Alles neemt meer tijd in beslag. Opstaan, eten, koffie zetten, afwassen, hout zoeken, kleren wassen, … alles is een bezigheid op zich, waar je tijd voor moet nemen. Slow Life, Excellent Life!
Op de wandeling tot aan het dorpje aan de voet van de berg werden we verrast door een ooievaar die gracieus opsteeg en in een wijde boog om ons heen cirkelde. Wij hoopten in het dorpje een bakker te vinden en met heel veel geluk zelfs eens een goeie cappuccino: ijdele hoop zo bleek. Ook hier waren enkel de aanwezige dieren het bewijs dat er wel mensen moesten wonen. Toen hadden wij in ons bloot gat al roepend voor de kerk kunnen staan dansen. Geen kat die daar naar had gekraaid.

Ondanks dat er geen warm water was en het min twee graden Celsius vroor ‘s nachts, waren we het gelukkigst. ‘s Morgens was onze tent zelfs bevroren langs de binnenkant. We sliepen met thermisch ondergoed en dikke truien aan, maar we sliepen wel als roosjes. Hoe meer basic, hoe aangenamer we dat vinden, dat brengt de essentie van het samenzijn naar boven en dat vinden wij héérlijk. Er is ook niks leuker om bij een koude avond rond een kampvuurtje te zitten en te genieten van de warmte om dan achteraf samen in bed te kruipen en dezelfde warmte dicht bij elkaar te vinden. Wij waren net een nest puppies in die daktent. De eigenaar van de camping was ondertussen al véél vriendelijker geworden, die mensen moeten blijkbaar ook langzaam ontdooien … Hij verontschuldigde zich meermaals voor het totale gebrek aan warm water, hij nam me zelfs mee naar de plek waar de waterleiding gesprongen was. Het enige dat ik kon doen was vriendelijk op zijn schouders kloppen en zeggen No problemo! We vonden dat ook echt niet erg. We wasten ons met koud water op het warmste moment van de dag: “kattewasjes“ zoals Liene dat altijd noemt.

Maar het was onderhand tijd om verder te trekken. Als je ergens te lang blijft gaat, de charme er een beetje van weg. Je moet altijd vertrekken op je hoogtepunt, met nog een beetje honger en verlangen. Dan blijven de herinneringen het mooist. Het was bovendien ook wel eens tijd om een warme douche te pakken. Nadat de ochtendzon onze tent had gedroogd, was het tijd om verder te trekken.
Toen onze kinderen de oude man een dikke knuffel gaven, verdween het laatste stukje norsheid uit zijn blik. Heel mooi om te zien!

We hadden de vorige avond besloten om onze sprong naar Portugal te maken, daar werd ook het beste weer voorspeld. Dat was een goeie 350 kilometer rijden.

Cepo Verde

De laatste 80 kilometer waren we de Spaanse vlakte een beetje beu. Hoe imposant ze ook waren, wij verkozen bergen boven eindeloze wijn- en olijfgaarden. We hadden nog een mooie grensroute gevonden die slingerde over de bergen naar de grens met Portugal. En op die grens lag er een dorpje Rio de Oro dat door een rivier en tevens de landsgrens in twee werd gedeeld. 

Alvorens we naar onze kampeerplek Cepo Verde in het Montesinho Natural Park, gingen moesten we nog even voorraad inslaan en tanken. De confrontatie met de “grote“ stad Bragança was een koude douche: van wilde natuurpracht en rauwe berglandschappen naar scheurende motoren en pompende beats uit autos. Urban jungle was not our jungle. Na ook nog de allerlaatste “Pasteis de Nata” in een lokaal bakkertje op de kop te tikken, reden we richting het natuurgebied. Eigenlijk hebben we daar niet veel van gezien van dat natuurgebied en ook niet van Portugal. Wij genieten altijd van het onderweg zijn en nemen daar onze tijd voor. Eenmaal ergens aangekomen houden we ons vooral bezig met de kinderen zoveel mogelijk vrijheid te geven om uit te zwerven en te ontdekken. Verder staat je auto vast onder de daktent. Dat staat allemaal snel opgezet. Op een 20 minuten, inclusief uitzet en voortent. Opbreken gaat al even vlot. Maar om alles af en op te breken om even een lokaal dorpje te gaan bezoeken, dat is er wat over. Daarom doen we dat zoveel mogelijk onderweg. Wandelen zouden we wel graag meer doen, maar dan moeten we wat langer op een plek blijven staan en dat komt er niet altijd van. “Elk voordeel heb ze nadeel”

Op deze camping was het drukker maar gelukkig waren de plekken groot en had je weinig last van de andere kampeerders, het was er vooral een “va et vient” van mensen die er één nacht kwamen doorbrengen en dan verder reden. Vooral oudere mensen met hun mobilehome. Maar die hebben mij toch de ogen doen openen. ‘s Avonds als we door de camping wandelden, hoorden we vaak gelach van die oudere koppels, plagerig of gewoon het uitproesten… Wij vonden dat wel mooi klinken en hopen dat we ook zo vrolijk en gelukkig ouder mogen worden. Maar wat me vooral verraste, was dat die stoffige ouwelui helemaal niet zo stoffig waren als wij dachten. We raakten vaak met hen aan de praat omdat ze ons aanspraken over onze dochters: zo lief, zo net, zo braaf, etc… dan luister je wel even hé :-) Als we dan zeiden wat we aan het doen waren, knikten ze meestal, “ja dat deden we ook met onze kinderen. Maar nu ze uit het huis zijn, zijn we echt vrij”. Zo kwamen we een koppel Zwitsers tegen van tegen de 80,die al een half jaar op reis waren en nu op terugweg waren van het Atlas gebergte in Marokko. Hmmm. Dat bracht mij ook wel op ideeën. Een ander koppel was nu op terugweg van Porto en ging dan met de motor op reis naar Turkije. 70 jaar! Sinds deze reis kijk ik helemaal anders naar die mobilhome-oudjes. Stille genieters zijn dat ja!


Na twee dagen, zoals gewoonlijk, en bij het vooruitzicht van het omslaan van het weer begon het weer te kriebelen om verder te trekken. Deze keer was het een cruciale beslissing waar we heen zouden gaan. Ik wou héél graag naar Galicië trekken, Liene wou vooral naar de kust meer in Portugal of ook naar de Galicische kust. Verderrijden zou ook betekenen dat we in kortere stukken zouden moeten terugrijden en de terugweg in een hoog tempo zou gebeuren. Uiteindelijk hebben we de weerkaarten laten beslissen, we zochten een plekje uit aan de kust waar het weer minstens twee dagen droog en warm zou zijn: Llanes in Asturias bleek de ideale plek. Dat was een hele rit maar voor een streepje zon en drie gelukkige dames zag ik dat wel zitten.

Llanes

Zij die mij kennen, weten dat ik geen beach lover ben, zeker niet in zuiderse landen waar mensen zich letterlijk laten stapelen aan woekerprijzen om een stukje zicht op zee met een paar zandkorrels te hebben. Ik heb een bloedhekel aan die tendens en dat kuddegedrag. Ik ben wel graag aan de kust, maar niet de artificiële kust. Maar aangezien we buiten seizoen waren en mijn drie meisjes hun meest smekende blik uit de mouw hadden geschud, heb ik me laten overhalen. Liene had een goed plekje gevonden zei ze. De afdaling van Portugal over Castilia Y Leon over de Asturiaanse bergen was dan weer fenomenaal. Ik had al spijt dat we de bergen verlieten. Ondertussen was het overal beginnen gieten en bij aankomst in Llanes had ik de eer om alles in de striemende regen op te zetten. Dat hoort er nu eenmaal bij. Na driekwartier ploeteren, stond alles mooi recht. Ik was doorweekt en ‘t water stond in mijn schoenen. Snakkend naar een uitgebreide warme maaltijd vonden we die beneden aan de camping met een prachtig uitzicht op de woelige zee. Het eten stelde ook niet veel voor, Cuisina Fritura, alles in de fritketel en het zal wel smaken. Niet dus en de prijs was even duur als onze vijf vorige nachten kamperen tezamen. Ik was nog géén twee uur aan de kust en ik wou er al gillend wegrennen. Dan maar lekker warm bij elkaar in bed kruipen. Morgen zou het allemaal beter zijn.

De volgende ochtend stond in schril contrast met de vorige avond. Stralende zon, wakker worden door de warmte in de tent en het geluid van de branding begroetten ons. Dat zag er een veelbelovende dag uit. We konden allemaal op onze kop gaan staan maar onze twee puppies gingen er vandaag een stranddag van maken, period! Perfect, ik zette mij in de zon en schreef wat krabbels op die ik wilde onthouden en hield me bezig met onze spullen wat te drogen. De camping was op een steile heuvel ingericht zodat iedereen zicht op zee had. Ook hier was het druk naar mijn normen, naar plaatselijke normen was het doodstil. Er stonden ongeveer 20 andere tenten, maar aangezien dat er hier in totaal 500 plaatsen waren viel dat allemaal nog goed mee. Ruimte genoeg. In het hoogseizoen zou ik er niet aan denken om mij hier neer te poten, dan slaap ik nog liever in de auto naast de autosnelweg. Maar nu, moest ik toegeven, was het hier best wel aardig vertoeven. Tegen de middag vervoegde ik mij bij de strandkippen en toen, toen waren de poppen aan het dansen…

Er was weinig volk op het strand te bekennen, een paar locals met hun hond en wij. Onze puppies hadden de hond voor zich gewonnen en waren daar uitgebreid mee aan het spelen. Na een uur of twee raakten wij ook aan de praat met de eigenares van de hond, een frisse jonge meid die studeerde in Madrid (internationale studies naar wat ik begreep) en in de vakanties in haar geboortedorp life guard en surfte. Enfin, om een lang verhaal kort te maken, wij die al 2 jaar aan ‘t twijfelen en vooral aan het zoeken waren naar een geschikte hond waren verkocht van haar hond. Onze dochters ook, dat was duidelijk! Wat Google werk en info van de eigenares bevestigde dat dit ras onze hond ging worden. Ik zag een vastberaden blik in Liene haar ogen en als die blik er is dan worden er bergen gekliefd, zeeën gescheiden en dan ga ik vooral niet niet de weg staan. Om een lang verhaal kort te maken, na uren zoeken bellen, internet ondersteboven keren en nog eens rondbellen had Liene om 23u ‘s avonds een officiële fokker van dit gevonden die één pup had en die bereid was om in spoedtempo alle officiële papieren in orde te maken. In spoedtempo, dat wil zeggen 2 volle dagen wachten. In Caignie-termen is dat een eeuwigheid. Maar naar huis gaan zonder pup was geen optie voor ons. Wachten dan maar!

Zo, dat hadden we niet zien aankomen en nu moesten we twee dagen in dezelfde regio blijven en dat wilde ook zeggen dat we in plaats van in drie dagen naar huis rijden, dat in twee dagen moesten doen. Met een puppy in de wagen. We besloten een Airbnb in de buurt van de fokker te zoeken en daar te wachten op zijn signaal om onze pup te mogen ophalen. Er was zware wind en regen op komst vanaf de volgende dag. Ons oog viel op een mooi klein huisje in Àvin, een bergdorpje op 10 minuten van onze nieuwe vriend! We zouden dan nog een extra nacht daar blijven om het twee maanden jonge beestje niet ineens aan een vuurdoop te onderwerpen.

Het waren daar twee spannende dagen, onze kinderen liepen op de toppen van hun tenen en wij waren ook redelijk nerveus. De bosbrand die aan de overkant van de vallei woedde was alleen maar olie op het vuur, de spanning steeg in huis en daarbuiten ook. Het bleek gelukkig een aangestoken en gecontroleerde brand te zijn, om de vruchtbaarheid van het akkerland te bevorderen, best indrukwekkend!

Gelukkig waren onze buren de respectievelijke broer en de ouders van onze Airbnb-host én zéér gastvrije mensen. We werden daar uitgenodigd op de koffie en de halve familie schoof mee aan. Wat een gastvrijheid hier toch, lange en openhartige gesprekken met deze mensen, zo verrijkend!

De tijd vloog zo ook voorbij, gelukkig!

Eindelijk was het zover, we mochten onze pup gaan ophalen. Ik kan je vertellen dat het niet simpel is om ergens een pup te gaan ophalen bij iemand die enkel Spaans spreekt terwijl je boordevol vragen zit over het hoe en het wat. Ik denk dat wij op dat uurtje dat we daar geweest zijn meer Google Translate hebben gebruikt dan in de rest van mijn leven. Eenmaal de pup opgehaald en de nacht doorgebracht te hebben, zijn we zo snel mogelijk terug naar België gereden. Enerzijds om de pup een vaste thuis te geven en anderzijds omdat we zondag aan de Paas-tafel bij mijn moeder moesten zitten!

We hebben nog een kleine overnachting gedaan in de buurt van Poitiers bij een oude politiecommissaris uit Parijs en zijn Mauritaanse vrouw. een heerlijk koppel fijne, locatie maar onze focus lag op thuis geraken.

Ondanks het feit dat de laatste twee dagen van onze zwerftocht gedomineerd werden door de emotionele rollercoaster van het plotselings een hond in huis te halen, waren we allemaal overdonderd door wat we hadden beleefd.

Noord-Spanje is een verborgen parel! Ik had een zeer stereotiep beeld van Spanje en zag het als een commerciële kustlijn met tourist traps, rood- aangebrande Engelsmannen, dronken Nederlanders en proppers voor discotheken. Enfin, zo zie ik het nog altijd maar er is meer te zien dan het eerder opgesomde. Een schat aan natuurpracht en gastvrije mensen in een onherbergzaam landschap en buiten het hoogseizoen is het daar eigenlijk heerlijk en eenzaam vertoeven!

Verder waren we ook zéér gelukkig met het feit dat ik twee weken enkel en alleen met mijn gezin heb kunnen doorbrengen close bij elkaar! Slapend in een daktent van een paar vierkante meter, want deze vakantie was de vuurproef met de daktent en die heeft alles subliem doorstaan. Wij als gezin ook trouwens en dat smaakt weer naar meer. De ideetjes voor volgende trips zijn al gevormd, nu eerst even werken en dan zo snel mogelijk weer op pad!

We keren daar terug naar toe: naar Maria met haar koeien, naar de camping aan de Rio Luna en naar het huis van Sylvia met moeder Carmen Maria, naar de bergen in Cantabria en Asturias, …

Estamos volviendo.

Gear used:
Sony A7iii - 35mm 1.4 & 24mm 1.4
DJI Mavic Pro 2
DJI Osmo Pocket
One Plus 6T
Garmin GPSMAP 276CX